Baureihe 38.10-40

Met de ontwikkeling van een loc met de asindeling 2'C begin vorige eeuw was een locomotieftype ontwikkeld die in vele landen succesvol heeft dienst gedaan.
In 1905 werd de eerste loc met deze asindeling aan de Bayerische Staatsbahnen (P3/5 N) geleverd, waarna de Pruisische P8(in 1906) en de Sächsische XII H2 (in 1910) volgde.
     
Deze locomotieven werden met de oprichting van de Deutsche Reichsbahn samengevoegd tot de Baureihe 38.
Uiterlijk en technisch waren er dus wel verschillen, maar over het geheel hadden ze wel veel overeenkomsten.
Vooral de Pruisiche P8 heeft zich vanaf het ontstaan van dit loctype bewezen.
De loc was zuinig en had zeer goede rijeigenschappen, wat de loc zeer geliefd maakte bij het Reichsbahn personeel.
De 38 werd in geheel Duitsland ingezet in de locale reizigersdienst, en was dus overal een vertrouwd beeld in de dagelijkse diensten.
De loc werd ook regelmatig in de grensoverschrijdende diensten ingezet, wat leide dat deze serie ook in andere landen werd gebouwd of aangeschaft.
Door het grote aantal locomotieven dat van deze serie was gebouwd (alleen van de P8 waren er al meer dan 3300 gebouwd) was het onderhoud redelijk economisch, omdat de onderdelen van deze locs door geheel Duitsland voorhanden waren.
In totaal zijn er meer dan 3800 locs van de serie 38 geproduceerd!
De topsnelheid van de locs was 100 km/u, en het vermogen was ruim voldoende om regelmatig achter de reizigerstrein nog enkele goederenwagens mee te nemen.
De snelheid van de locs als deze achteruit moesten rijden was laag (45 km/u), dit omdat de tenders daar absoluut niet geschikt voor waren. Al voor de tweede wereldoorlog was er aan dit probleem gewerkt, maar werd pas na de oorlog definitief opgelost door "wannen" tenders van de krieglokomotieve serie 52 achter de 38 te koppelen.
In de oorlog is de 38 ook veel ingezet voor de reizigers en goederendienst naar de buurlanden.
Ook daar kon men de machines makkelijk onderhouden, omdat soortgelijke locomotieven ook bij de spoorwegen in die landen rondreden.
Later in de oorlog zijn ze ook ingezet voor goederentreinen en werden er enkele zelfs omgebouwd om in een panzertrein te kunnen worden ingezet.

Van deze serie hebben er vele de oorlog overleefd en hebben bij de Oost en West Duitse spoorwegen tot ver in de jaren 70 rondgereden.


Technische specificaties:

Baureihe: 38.10-40.
Indienststelling: 1905-1923
Asindeling: 2'C h2
Tender: 2'2T16, 2'2T18-2, 2'2T21, 2'2T30, 2'2T21-5, 2'2T31-5
Gewicht: 78,2T + 30T
Lengte: 18,59 M.
Snelheid: 100 KM
Kolenvoorraad: 7T
Watervoorraad: 21,5 M³
Vermogen: 1180 PSi

Model: Trix 22101, 22134, Fleischmann 4160