Zware kruiser Prinz Eugen
In juni 1935 werd er tussen Groot-Brittannië en Duitsland een vlootverdrag opgesteld.
Het werd Duitsland toegestaan om te beginnen met de bouw van kruisers van 10.000 ton.
Ze mochten er echter geen kanonnen met een kaliber groter dan 15,5 cm opzetten.
Duitsland was helemaal niet van plan om zich hier aan te houden en was van plan er 20,3 cm kanonnen op te zetten en de waterverplaatsing
met ongeveer 40 % te overschrijden.
De eerste groep schepen zou bestaan uit de Admiral Hipper en de Blücher.
De verbeterde tweede groep schepen zou bestaan uit de Prinz Eugen, de Seydlitz en de Lützow.
De laatste twee zouden eigenlijk grote lichte kruisers worden met twaalf 15 cm kanonnen.
Er was echter een tekort aan kanonnen en geschutstorens en dus werden de Seydlitz en de Lützow gewoon extra schepen van de Prinz Eugen
groep.
De kiel van de Prinz Eugen (Kreuzer J) werd op 23 april 1936 gelegd.
De Prinz Eugen werd op 1 augustus 1940 als laatste zware kruiser in dienst gesteld.
Ze stond bij haar bemanning bekend als het ‘fortuinlijke schip’.
Ze viel samen met het slagschip Bismarck de Britse slagkruiser Hood aan.
Er zijn zelfs historici die beweren dat het een granaat van de Prinz Eugen was die de Hood tot zinken bracht,
maar dit is twijfelachtig.
De Prinz Eugen vertrok op 9 januari 1943 vanuit Gotenhafen naar Noorwegen samen met de Scharnhorst en drie torpedobootjagers
in Operatie ‘Fronttheater’. Ze werden door Britse vliegtuigen waargenomen en daarom keerden de schepen weer terug naar Gotenhafen.
Kort daarna probeerden de Prinz Eugen, de Scharnhorst en twee torpedobootjagers het in operatie ‘Domino’ opnieuw.
Omdat het bevoorraden mislukte en ze weer door Britse vliegtuigen werden waargenomen keerde de Prinz Eugen terug naar de Oostzee.
Van maart 1943 tot juli 1944 werd de Prinz Eugen als trainingsschip gebruikt in de Oostzee.
In augustus 1944 voerde ze kustbombardementen uit tegen het Rode Leger in de Golf van Riga.
In oktober 1944 vertrokken de Prinz Eugen, drie torpedobootjagers en vier torpedoboten vanuit Gotenhafen om het Rode Leger te beschieten
voor de kust van Kurland en Memel.
Op 15 oktober kwamen de Prinz Eugen en de lichte kruiser Leipig met elkaar in botsing.
De Leipzig werd heel zwaar beschadigd.
In november was de Prinz Eugen weer gevechtsklaar.
In 1945 voerde ze weer ondersteunings-bombardementen uit.
In januari op de kust van Samland, ten Noorden van Königsberg en in maart en april op de kust in de buurt van Danzig.
Technische specificaties:
Model: Prinz Eugen.
Taak: Zware kruiser.
Bemanning: 1599
Prestaties: Max. snelheid: 33,5 knopen
Motor: Brown Boveri & Cie. Turbines, 12 La Mont ketels.
Bewapening: 8 x 20,3 cm SK L/60 C/34 (4 x 2) 12 x 10,5 cm SK L/65 C/33 (6 x 2) 6-16 x 4 cm SK (6-16 x 1) luchtafweer
8-12 x 3,7 cm SK L/83 C/30 (4-6 x 2) luchtafweer 8-32 x 2 cm SK MG L/65 C/30 (8-28 x 1) luchtafweer
12 x 53,3 cm (4 x 3) torpedolanceerbuizen 3 x Arado Ar 196 watervliegtuig, 1 katapult
Bepantsering: Pantsergordel 70-80 mm, Dek 12-50 mm, Geschutstorens 70-105 mm, Commandotoren 50-150 mm