Zware kruiser Deustchland / Lützow
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd nagenoeg de gehele Reichsmarine vloot van grote schepen, op last van de Geallieerden
gesloopt. Via het verdrag van Versailles, kreeg Duitsland geen toestemming meer om schepen in bezit te hebben met een gewicht van meer
dan 10.000 ton en een geschutskaliber van 28 cm.
Om deze bepalingen te omzeilen, besloot men bij de wederopbouw van de Kriegsmarine om een aantal schepen te produceren met een bewapening
precies aan de toegestane limiet, maar met een lichtere bepantsering en kleinere afmetingen.
Deze schepen waren hierdoor in feite zware kruisers met een extra zware bewapening en werden in de volksmond "Vestzakslagschepen" genoemd.
In juni 1927 besloot de Duitse Reichstag, na veel twijfeling, een nieuw scheepstype te laten bouwen, onder de noemer "Pantserschepen".
Het uitgangspunt was simpel, de schepen moesten sneller zijn dan alles wat sterker bewapend was en sterker bewapend zijn dan alles wat
sneller was. Met deze uitgangspunten werden drie schepen op stapel gezet in de zogenaamde Deutschland-klasse.
Grote gewichtsafname werd bereikt door de toepassing van nieuwe lastechnieken. Voor de aandrijving werd afgestapt van de gangbare
kolenturbines en kregen de schepen dieselaandrijving. Maar liefst acht MAN 9 cilinder tweetakt dieselmotoren konden zo een snelheid
opleveren van 28 knopen. Het ontwerp kwam door de toegepaste technieken, met een leeggewicht 11.669 ton, net binnen de toegestane 15%
afwijking op de Internationale verdragen.
De hoofdbewapening zou bestaan uit zes 28 cm L/54,5 kanonnen in twee geschutskoepels van drie kanonnen. Daarnaast bestond de secundaire
bewapening uit acht 15 cm L/55 kanonnen. De luchtafweer zou bestaan uit drie 8,8 cm luchtafweerkanonnen (later zes en in 1940 vervangen
door zes 10,5 cm kanonnen) en verscheidene 37 mm en 20 mm kanonnen. Aanvullen hierop bezaten de schepen twee batterijen met elk vier
53,3 cm torpedolanceerbuizen.
Totaal zouden in de Deutschland-klasse, drie schepen worden gebouwd, de Deutschland (vanaf 1940 de Lützow genaamd),
de Admiral Graf Spee en de Admiral Scheer.
Na haar indienststelling, fungeerde de Deutschland tot 1936 als vlaggenschip van de Duitse vloot. Het schip werd verscheidene malen
ingezet bij de Internationale blokkade van Spanje tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Onder de Internationale vlag werd heimelijk getracht
de Spaanse Nationalisten te steunen. Tijdens één van deze acties, werd de Deutschland op 29 mei 1937, in de buurt van Ibiza,
aangevallen door de Republikeinen. Bij deze luchtaanval kwamen 31 Duitse marinemensen om het leven.
Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, bevond het schip zich in de buurt van Groenland. Toen op 1 september 1939 de
vijandelijkheden uitbraken, kreeg het schip gelijk opdracht om koopvaardijschepen aan te vallen. In korte tijd werden twee schepen tot
zinken gebracht en een ander als prijsschip opgebracht. Aangezien Hitler het te riskant vond dat er iets kon gebeuren met een schip
dat de naam Deutschland droeg, werd zij op 15 november 1939 omgenaamd tot Lützow.
Tegelijkertijd werd het schip gereclasseerd tot zware kruiser. De naam Lützow was vrijgekomen na de verkoop van een in aanbouw zijnde
kruiser, aan de Sovjet-Unie, die eigenlijk deze naam zou krijgen.
Op 9 april 1940 nam de Lützow deel aan "Operatie Weserübung" en voer het de Oslofjord binnen. In een gevecht met een Noorse
kustbatterij, werd de Lützow zwaar beschadigd door drie 28 cm granaten. Onderweg naar Kiel, voor reparaties, werd het schip opgemerkt
door de Britse onderzeeboot HMS Spearfish. Bij de daaropvolgende torpedoaanval, werd een deel van het achterschip van de Lützow
afgeblazen. Desondanks wist men het schip naar Kiel te slepen. Tot begin 1941 lag het schip in reparatie.
Op 13 juni voer de Lützow wederom uit, maar werd al snel weer geraakt door een torpedoaanval van Britse marinevliegtuigen.
Tot januari 1942 duurden opnieuw de reparaties in Kiel. Eindelijk weer klaar, vertrok het schip naar Narvik. Van hieruit moest het de
Geallieerde konvooien naar Murmansk aanvallen. De Lützow was op 31 december 1942 betrokken bij "Operatie Regenbogen" tegen konvooi
JW-51.B. Hierbij werd het schip verscheidene keren getroffen door Brits vuur.
In de jaren 1943 en 1944, werd de Lützow aanvankelijk ingezet als trainingsschip. In juni 1944 kreeg ze echter de opdracht om de
ijzerertstransporten uit Zweden te escorteren. Op 17 juli trachtte het schip de in het nauw zittende Duitse troepen uit Riga
te evacueren, maar moest hier wegens brandstofgebrek van afzien. In plaats hiervan werd luchtafweersteun gegeven in Libau.
Van 6 tot 13 oktober 1944 werd het schip ingezet bij de beschieting van Sovjet troepen aan de Memel. Deze operatie werd doorgezet
in november en vervolgens weer van december tot maart 1945. Vanaf 9 april 1945, opereerde de Lützow vanuit Swinemünde.
Bij een Britse luchtaanval op 16 april werd het schip hier zwaar beschadigd. Om te voorkomen dat het zou zinken, werd de Lützow aan
de grond gezet. Haar geschut was echter nog intact, zodat het schip nog als artillerie kon worden ingezet tegen de Russen.
Op 4 mei 1945 werd de Lützow door de eigen bemanning opgeblazen.
Het wrak van de Lützow werd in het voorjaar van 1946 door de Russen geborgen en in dienst genomen bij de marine als artillerie doel.
Tijdens het uitvoeren van experimenten werd het schip op 22 juli 1947 tot zinken gebracht.
Technische specificaties:
Model: Deustchland / Lützow.
Taak: Zware kruiser.
Bemanning: 1026
Prestaties: Max. snelheid: 28 knopen
Motor: 8- MAN dieselmotoren, elk van 6750 pk.
Bewapening: 6- 28 cm L/54,5 (2x3) kanonnen, 8- 15 cm L/55 kanonnen, 3 tot 6- 8,8 cm Luchtafweergeschut (later vervangen door 10,5 cm)
8- 37 mm Luchtafweerkanonnen, 10- 20 mm Luchtafweerkanonnen, 8- 50,3 cm Torpedolanceerbuizen (2x4), 2- Arado Ar 196 watervliegtuigen.
Bepantsering: Pantsergordel 85-105 mm, Dek 40 mm, Geschutstorens 140 mm