PzKpfw VI Tiger

De ontwikkeling van de Tiger startte al in 1937 bij Henschel. Deze fabrikant vervaardigde tussen 1937 en 1941 diverse prototypes van verschillende middelzware en zware tanks zoals de VK 3001, VK 3601 en VK 6501. Tegelijkertijd ontwikkelde Porsche zijn VK 3001 Leopard middelzware tank.

     
Deze tanks werden nooit in productie genomen, maar waren nuttig voor het uiteindelijke ontwerp van de Tiger.
Vandaar ook dat de Tiger ook bekend staat als de Ausführung E. De uitvoeringen A tot en met D waren allemaal ontwerpen op papier.
Op 26 mei gaf Adolf Hitler orders aan beide producenten om een zware tank te ontwikkelen die in de zomer van 1942 klaar moest zijn.
Krupp kreeg de opdracht de bewapening te leveren en de koepels voor de ontwerpen van Henschel en Porsche. Het project werd Tigerprogram genoemd.

Henschels ontwerp was gebaseerd op de VK 3001 en VK 3601, terwijl Porsche's ontwerp gebaseerd was op de VK 3001 Leopard.
De nieuwe tank zou 45 ton moeten gaan wegen en een 88mm KwK L/56 kanon gemonteerd moeten hebben. De geschutskoepel werd ontworpen door de firma Krupp. De ontwikkeling van de Porsche Tiger verliep veel sneller dan de ontwikkeling van Henschel, omdat Porsche al aan een zware tank bezig was sinds de herfst van 1940.
Henschel was nog niet ver gevorderd maar gebruikte al beschikbare onderdelen van de eerdere prototypes. In de zomer van 1941 besloot Henschel om twee prototypes te bouwen, namelijk de VK 4501.
Het eerste model werd uitgerust met een 88mm-kanon en het tweede model met een 75mm-kanon van Rheinmetall. Van dit laatste model werd alleen een houten model gemaakt.
Eind 1941 besloot Henschel alleen nog maar het eerste model te gebruiken voor verdere ontwikkeling. Het prototype was klaar op 17 april 1942.
De eerste test met dit voertuig viel zwaar tegen vanwege verschillende technische mankementen. Op 17 april 1942 werden de prototypes gepresenteerd aan Hitler.
In juli 1942 werden beide prototypes aan zware tests blootgesteld op de tankschool in Berka in Duitsland. Het prototype van Porsche presteerde niet naar behoren, terwijl het prototype van Henschel wel voldeed aan de verwachtingen.
Er werd besloten om Henschel's prototype te gebruiken als basis voor het productiemodel. Het prototype van Porsche werd daarom gebruikt als basis voor het ontwerp van een nieuwe tankjager, die Ferdinand genoemd werd. Later werd deze naam omgedoopt in Elefant.

Als motor werd de Maybach 210 P45-benzinemotor gebruikt. Deze motor had 12 cilinders opgesteld in een V-vorm en een maximaal vermogen van 650pk. Deze motor was niet erg betrouwbaar en daarom werden latere modellen uitgerust met de watergekoelde Maybach 230 P45-benzinemotor.
Deze motor beschikte eveneens over 12 cilinders en had een maximaal vermogen van 700pk. Het type koppeling dat gebruikt werd was een meervoudige droge plaatkoppeling, die hydraulisch bediend werd.
Als versnellingsbak werd een niet-gesynchroniseerde wisselbak van Maybach gebruikt met 8 versnellingen vooruit en 4 versnellingen achteruit. De Tiger had als topsnelheid op de weg 38 km/h en in het veld 10 tot 20 km/h.
De benzinetank had een inhoud van 534 liter en het maximum bereik van de tank was 140km op de weg.
Aangezien er in Rusland nauwelijks verharde wegen beschikbaar waren was het bereik in Rusland maar klein en ze moesten dan ook voortdurend bijgetankt worden.

De bepantsering van de Tiger varieerde van 25mm tot 110mm.
Toen de Tiger op het slagveld verscheen waren de lessen van de Russische T-34/76 nog niet opgenomen in de Tiger. De T-34/76 had een schuine bepantsering. Deze zorgde ervoor dat de granaten afketsten omdat ze niet in een hoek van 90º konden doordringen. Bij de Panther en de Königstiger was deze verbetering wel in het ontwerp opgenomen. Maar toen de Tiger pas op het slagveld verscheen waren er toch nog geen Russische en geallieerde kanonnen die de Tiger van een lange afstand konden uitschakelen.
De Tiger was uitgerust zoals al eerder vermeld met een 88mm-kanon. Dit kanon was afgeleid van het 88mm FLAK luchtdoelgeschut. Het was het 88mm Kwk 36 L-56-kanon.
Het kanon werd elektrisch bediend door de schutter. In de Tiger konden 92 granaten meegenomen worden. In de vroege productiemodellen werd de tank uitgerust met 2 MG-34 machinegeweren en er waren 4500 patronen beschikbaar. In de latere productiemodellen werden er zelfs 3 machinegeweren geplaatst. Hierdoor werd ook het aantal patronen vermeerderd tot 5700. Ook werden er op de vroegere productiemodellen 6 rookgranaatlanceerinstallaties aangebracht.

In de eerste 500 Tigers werd een snorkeluitrusting gemonteerd zodat de Tiger onder water kon rijden tot een diepte van 4 tot 5 meter. Er kon 2,5 uur onder water worden gebleven. Bij latere modellen werd dit niet meer gebruikt.
In het veld werden de Tigers ook vaak aangepast onder andere met een zimmeritlaag. Deze laag zorgde ervoor dat magneetbommen niet meer konden kleven aan de tank doordat er geen magnetisch veld gevormd zou kunnen worden. In de praktijk bleek dit niet te functioneren. Ook brachten bemanningen speciale platen aan om het aankleven van modder te voorkomen in het ophangingsysteem.
Er werden in totaal 1355 Tigers geproduceerd vanaf juli 1942 tot augustus 1944. Het produceren van de Tiger was zeer gecompliceerd. De productiekosten van de Tiger waren daardoor zeer hoog. Henschel produceerde het chassis en Wegmann de geschutskoepel, terwijl Maybach de motor verzorgde. Deze losse gedeelten werden uiteindelijk samengevoegd bij Henschel.
Van de 1355 geproduceerde Tigers waren 500 tanks bestemd voor SS-pantserdivisies.
De rest ging naar de reguliere pantserdivisies.


Technische specificaties:
Uitvoering: PzKpfw VI Ausf. E
Gewicht: 56000 kg
Bemanning: 5
Motor: Maybach HL 230 P45, 12 cilinders, 700 pk (laat model)
Snelheid: 38 km/u op de weg, 20 km/u in terrein
Bereik: 140 km op de weg
Terrein: 177 km
Lengte: 8,45m.
Breedte: 3.7m.
Hoogte: 2.93m.
Bewapening: 88mm KwK L/56 kanon & 3 x MG
(1 x MG 34 - hull)
(1 x MG 34 - coaxial)
(1 x MG 42 - cupola)
Munitie: 88mm - 92 granaten, 7.92mm - 4500-5700 patronen

Model: Roco Nö 700