U-boot type VIIc

De Type VII U-boot was ten tijde van het ontwerp in 1933-1934 een geheel nieuwe generatie. De schepen bestonden uit een enkele romp en hadden slechts één roer. De ballasttanks waren buiten de romp aangebracht aan beide zijden van het schip.
Hierdoor kregen ze een opvallend uiterlijk en kon de romp bij het varen aan de oppervlakte, bijna geheel boven water komen.
     
De binnenzijde was verdeeld in zes compartimenten.
De interne trimtanks bevonden zich onder het eerste en het zesde compartiment, terwijl de duiktanks en de brandstoftanks waren aangebracht onder het vierde, controlekamer, compartiment.
De bewapening bestond uit vier torpedobuizen in de boeg en een opvallende, externe torpedobuis aan de achterzijde.
Deze laatste kon dus na het vuren niet van binnen uit worden herladen. De schepen hadden meestal een standaard hoeveelheid van 11 torpedo's aan boord en waren bewapend met een 88 mm snelvuurkanon
(marinekanon, niet gelijk aan de 88mm Flak) op het dek met een voorraad van ongeveer 160 granaten.
De schepen kregen al snel te maken met de nodige tekortkomingen. Problemen met de motoren, torpedolanceerinrichting en het enkele roer, kwamen al snel aan het licht. Toch bleek het ontwerp op zich zeer succesvol en zou dan ook de basis worden voor het meest gebouwde U-boot type, de Type VII c U-boot.

De eerste serie, Type VII, werd gebouwd tussen 1935 en 1937. De tien schepen uit deze serie (U-27 tot en met U-36) werden geproduceerd door twee scheepswerven, AG Weser in Bremen en de Germaniawerft in Kiel. De schepen werden aanvankelijk operationeel ondergebracht in dezelfde flottielje, de 2.Flotille "Saltzwedel".
Al vroeg tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de overlevende schepen uit operationele dienst genomen en gebruikt voor trainingsdoeleinden.

Al snel kwamen de tekortkomingen in het ontwerp van de Type VII U-boten aan het licht.
Ondanks dat bleek het basisontwerp uitstekend te voldoen. De ontwerpers gingen dan ook gelijk aan de slag om verbeteringen aan te brengen. Zo ontstond op 24 november 1936 het verbeterde Type VII b.
De belangrijkste wijzigingen bestonden uit het gebruik van twee roeren, een grotere brandstofcapaciteit en betere bewapening.
Het schip kreeg hierdoor een kortere draaicirkel en een grotere actieradius.
Doordat nu achter iedere schroef een roer was gemonteerd in plaats van de enkele centraal, kon de achterste torpedolanceerbuis van het dek worden verplaatst naar binnen.
Door een grotere laadcapaciteit voor aan te brengen, konden nu 14 torpedo's worden meegevoerd. Door dit alles en het aanbrengen van grotere brandstoftanks, werd de lengte van het type met twee meter vergroot.

Tijdens de bouw van de Type VII b schepen, werd een nieuw sonarapparaat, de S-Gerät (Such Gerät) ontwikkeld.
De Type VII b U-boten hadden echter onvoldoende ruimte om dit sonar apparaat geïnstalleerd te krijgen.
De interne ruimte werd daarom bij een nieuw ontwerp vergroot en zo ontstond het meest succesvolle U-boot type uit de Tweede Wereldoorlog, de Type VII c. Tegelijkertijd nam men deze ontwikkeling aan om een verbeterde motor te installeren en de duiktijd te vergroten. De eerste schepen werden in 1938 besteld en kregen een hoger nummer om de Geallieerden te doen geloven dat er meer U-boten waren dan de Kriegsmarine er in werkelijkheid had. Tegen de tijd dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waren er al meer dan 140 schepen in aanbouw, verdeeld over 13 scheepswerven. Het eerste schip van dit type was de U-69 die in 1940 in dienst kwam.
Uiteindelijk zouden er 568 worden gebouwd, waarmee dit type de ruggengraat vormde van Dönitz onderzeebootwapen.
Gedurende de oorlog werden de schepen verscheidene malen verbeterd en aangepast, waardoor de schepen rondvoeren met verschillende dekbewapening.
De in 1944 en 1945 nog in dienst zijnde schepen, werden nagenoeg allemaal voorzien van een zogenaamde Schnorchel (snorkel).
Technische specificaties:
Model: Uboot Type VIIc.
Taak: Onderzeeër.
Bemanning: 44 (max 60)
Prestaties: Max. snelheid: 17 knopen boven water en 8 knopen onder water
Motor:2 MAN/Germaniawerft M6V 40/46 dieselmotoren, 2 AEG GU 460/8, BBC GG UB 720/8, GL RP 137/c of SSW GU 343/38-8 electromotoren .
Bewapening: 4- 533 mm Boegbuizen, 1- 533 mm Hekbuis,1- 8,8 cm C35/L45 cal (verwijderd in 1942), 14 torpedo's of eventueel 26 TMA of 39 TMB mijnen, Luchtafweergeschut: wisselende samenstelling, 1- 2 cm C30 of 1- 2 cm C30 en 2- MG151 machinegeweren of 2- 2 cm C30(1x2) en 4- MG151 (2x2) of, 1- 2 cm C30 en 4- Breda machinegeweren (2x2) of, 2- 2 cm C30 of, 4- 2 cm C30 (2x2) en 4- 2 cm C38 Flakvierling of 4- 2 cm C30 (2x2) en 1- 3,7 cm automatisch