Jagdpanther
In augustus 1942 besloot het Waffenamt om op basis van het chassis van de PzKpfw Panther Ausf G. en de nodige componenten
van diezelfde tank, een Sturmgeschütz te ontwerpen, welke het op dat moment nieuw ontwikkelde 88mm kanon zou kunnen dragen.
Op 20 oktober 1942 werd een werkend model, tegelijk met houten modellen voor de PzKpfw VIb Königstiger en de Jagdtiger
aan Hitler gepresenteerd.
In januari 1944 kon gestart worden met de productie.
Volgens planning zouden er ongeveer 150 Jagdpanthers per maand geproduceerd worden, het hoogste productieaantal
bleef steken op 72 stuks, wat het totaal aantal geproduceerde Jagdpanthers op 392 bracht. Dat de geplande aantallen niet
gehaald werden, is voornamelijk te wijten aan de toenemende bombardementen door de Geallieerden, welke grote materiele
en logistieke schade toebrachten. Het Jagdpanther ontwerp was gebaseerd op het chassis van de PzKpfw V Panther Ausf. G,
waarbij de opbouw een verlenging was van de bodem en zijwanden. De opbouw kon beschouwd worden als het tanksscompartiment.
De Jagdpanther verschilde op heel weinig punten van de Panther, afgezien natuurlijk van het ontbreken van een koepel.
Dit vergemakkelijkte wel de productie van de Jagdpanther, en reduceerde de kostprijs.
De technische specificaties komen in het algemeen overeen met die van de Panther.
Ook de Jagdpanther was voorzien van het uitstekende 88mm kanon met lange loop (Pak 43/3 L71); dit zelfde kanon werd ook
toegepast in de Königstiger. Het kanon was in staat om vijandelijke tanks op afstanden van ruim 2000 meter uit te schakelen.
Bescherming van het kanon werd bereikt door het toepassen van een kenmerkend stuk bepantsering; een soort stalen mantel,
wat bij de bemanningen al snel de bijnaam "Saukopf" oftewel "Zwijnenhoofd" kreeg.
Het grote nadeel van het hele concept is wel dat het kanon een beperkte breedteverstelling had (13 graden beide kanten op),
waardoor het voertuig altijd eerst in de juiste richting gemanoeuvreerd moest worden, voordat er geschoten kon worden.
Dit koste nogal wat tijd en was zeker in een tankslag, waarbij wendbaarheid een must is, verre van ideaal.
Op basis van opgedane ervaringen in de frontlinie werden er nog de nodige aanpassingen aan het ontwerp doorgevoerd.
Zo werden er bijvoorbeeld beschermende stalen platen voor de rupsbanden gelast, kreeg de Jagdpanther een nieuw uitlaatsysteem
en zelfs een brandblusinstallatie.
De meeste Jagdpanthers werden naar het Oostfront gestuurd.
Een bataljon nam deel in de strijd volgend op D-Day en de grootste concentratie van Jagdpanthers nam deel aan de Slag om de Ardennen.
Waar ze in actie kwamen, maakten ze de nodige slachtoffers en waren ze alom gevreesd.
In juli 1944 bijvoorbeeld vernietigde 3 Jagdpanthers zo'n 12 Churchill-tanks binnen 5 minuten.
Plannen om de Jagdpanther te voorzien van een 128 mm kanon lagen al klaar, maar het einde van de oorlog kwam te snel
om deze nog uit te werken. Daarnaast gaan er geruchten dat aan het einde van de oorlog een paar Jagdpanthers
voorzien waren van infrarood apparatuur, zoals ook wel toegepast op de reguliere Panthers,
alleen is hier geen bewijsmateriaal van voor handen.
Technische specificaties:
Uitvoering: Jagdpanther early
Gewicht: 45.500 kg
Bemanning: 5
Motor: Maybach HL 230 P 30, 12 cilinders, 700 pk
Snelheid: 46 km/u op de weg, 24 km/u in terrein
Bereik: 210 km op de weg
Terrein: 140 km
Lengte: 9.86m.
Breedte: 3.28m.
Hoogte: 2.51m.
Bewapening: 88mm PaK 43/3 L/71 kanon, 7,92 mm MG 34
Model: Trident Nö 97011