1e SS Panzer division Leibstandarte

De Leibstandarte SS Adolf Hitler kent van alle Waffen-SS divisies de langste ontstaansgeschiedenis en het meest unieke karakter.
In feite begon de geschiedenis van de Waffen-SS met de (her)oprichting van de SS-lijfwachteenheid vlak na de machtsovername van Hitler in 1933. De oorspronkelijke bodyguardeenheid van de Führer en de NSDAP-top groeide vervolgens uit tot een machtige pantserdivisie die op alle fronten werd ingezet. Hitlers garde groeide mee met de macht van het Derde Rijk.
De divisie was tot haar overgave in 1945 uiteindelijk twaalf jaar actief voor haar naamgever.


Het ontstaan
Op 17 maart richtte Dietrich de nieuwe garde (SS Stabswache Berlin) op, bestaande uit 120 zorgvuldig geselecteerde en uiterst loyale SS’ers. De rekruten waren voornamelijk afkomstig uit Dietrichs vorige commando: de SS in München.
Een maand later kreeg de bodyguardeenheid de titel ‘SS Sonderkommando Berlin zur besonderen Verwendung’, kortweg SS-Sonderkommando Berlin.
De pas opgerichte SS-compagnie werd ingericht als paramilitaire formatie ter bescherming van de Führer. De eenheid zou tevens inzetbaar zijn als bewapende politie en anti-terreureenheid. Vier maanden later werd ze met de in de zomer van 1933 opgerichte en vergelijkbare SS Sonderkommandos Jüterbog en Zossen (vernoemd naar de kazernes) samengevoegd en kreeg zij voor het eerst de titel van de Führer: Adolf Hitler Standarte (‘Regiment Adolf Hitler’).

Op 2 september 1933 werd de nieuwe bewakingsgarde op officiële wijze geïntroduceerd tijdens de partijbijeenkomst van de NSDAP in Neurenberg.
Twee maanden later vond de herdenking van de mislukte staatsgreep in 1923 plaats en zwoeren de mannen van de Leibstandarte een persoonlijke eed aan de Führer.Ze zwoeren hun leven te geven voor de dictator.
Deze eed bevestigde de unieke band tussen de mannen van Josef Dietrich en Hitler en tevens de zelfstandige positie van de LAH ten opzichte van de SS. De band was niet te vergelijken met die van andere SS eenheden.
Na de ceremonie werden de gardesoldaten van Hitler omgedoopt tot Leibstandarte Adolf Hitler (LAH).
Ondertussen bestond de Leibstandarte uit 1000 man, onderverdeeld in vier infanteriecompagnieën, één machinegeweercompagnie, één gemotoriseerde compagnie, één verkenningscompagnie en ondersteunende eenheden.
Op 13 april 1934 waren bovendien in opdracht van Heinrich Himmler de SS-initialen toegevoegd aan de titel van het regiment. Vanaf toen voerde de eenheid daardoor de titel “Leibstandarte SS Adolf Hitler”. Ze was het best uitgeruste element van de SS.
De mannen van de Leibstandarte waren in die jaren uiterst fit, maar beschikten nog over onvoldoende militair-technische vaardigheden. Josef Dietrich en zijn officieren wensten zich niet te veel bezig te houden met uitputtende en afleidende trainingsprocedures en dulden weinig bemoeienis van buitenaf. Deze houding leidde tot spanningen tussen Dietrich en de inspecteur van het overkoepelende SS-VT orgaan, SS-Brigadeführer Paul Hausser. Ook Himmler ergerde zich aan de arrogante en onafhankelijke opstelling van de LSSAH.
In kringen van de SS-VT stonden de mannen van Hitlers lijfwacht ook wel bekend als ‘asfaltsoldaten’; uitstekend geschikt voor parades en ceremonieel vertoon, maar verder tot weinig in staat vergeleken bij de militaire vooruitgang en efficiëntie van de andere SS-VT eenheden.

De Leibstandarte maakte al spoedig een verbazingwekkend snelle inhaalslag, paste zich aan binnen de gewapende SS en werd een eersteklas militaire eenheid. De militaire kracht van de LAH nam toe vanwege verschillende redenen. Potentie was er voldoende: de eenheid bestond uit fysiek sterke, jonge, toegewijde en agressieve SS-mannen onder leiding van een bevlogen commandant die beschikte over bijzondere leiderschapskwaliteiten. Daarbij kwam dat eind jaren ’30 door de expansiepolitiek van Hitler de behoefte aan militaire slagkracht groeide. Hausser en Steiner oefenden hierbij grote invloed uit in de verbetering van de militaire efficiëntie van de SS-VT.
De opgerichte SS trainingsscholen (SS-Junkerschulen) wierpen ook hun vruchten af: de eerste lichtingen opgeleide officieren stroomden vanaf halverwege jaren ’30 in. Josef Dietrich zag tot slot uiteindelijk zelf ook in dat zijn Leibstandarte nog niet serieus genomen werd. Hij gaf daarom toestemming voor militaire supervisie over zijn regiment en uitwisseling met en training door het leger.

Acties voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog
Al in 1935 werd een kleine afvaardiging van de LSSAH als voorwaartse groep naar het Saarland gestuurd. Op 7 maart 1936 had het regiment van Hitler vervolgens een leidende rol in de eerste echte expansieve actie van de Führer buiten de rijksgrenzen. De Leibstandarte vormde de voorhoede in de bezetting van het Rijnland.
Een compagnie van de LSSAH stak in de vroege morgen de Rijn over en marcheerde ongehinderd de na de Eerste Wereldoorlog gedemilitariseerde zone in. Twee jaar later besloot Hitler het ‘Oostenrijkse probleem’ resoluut op te lossen.
De operatie werd uitgevoerd door het 8. Armee onder leiding van generaal Fedor von Bock. De Leibstandarte SS Adolf Hitler kwam onder bevel van Heinz Guderian, die met het XVI. Armeekorps de gemotoriseerde elementen van de invasiemacht leidde. De colonnes van Guderian passeerden in de ochtend van 12 maart de Oostenrijkse grens. Twee dagen later bereikte het korps Wenen. In de stad werd de eenwording gevierd door middel van een parade. De Anschluss verliep geweldloos, maar de Leibstandarte bewees haar operationele waarde. Het regiment had de duizend kilometer vanaf Berlijn naar Wenen probleemloos binnen 48 uur overbrugd en opereerde in goede samenwerking met de Wehrmacht.
Een nieuwe uitdaging volgde in oktober van hetzelfde jaar. De Leibstandarte was wederom onderdeel van het XVI. Armeekorps tijdens de inlijving van het Tsjechische Sudetenland. Zes maanden later nam de SS-eenheid ook deel aan de bezetting van de rest van Tsjechoslowakije, om in april 1939 terug te keren naar de kazerne.

1939
In de zomer van 1939 moest de Leibstandarte zich klaar maken voor oorlog. Als noodoplossing kwam het tweede bataljon van het 46. Artillerieregiment (Wehrmacht) de eenheid van Josef Dietrich versterken. De Leibstandarte SS Adolf Hitler bestond aan de vooravond van de aanval op Polen uit 3700 man, verdeeld over een staf, drie infanteriebataljons, een wachtbataljon in Berlijn, een motorfietscompagnie, een mortiercompagnie, een infanteriegeschutcompagnie, een anti-tankcompagnie en een peloton pioniers. Na deze uitbreiding voerde de eenheid de titel Infanterie-Regiment Leibstandarte SS Adolf Hitler (mot.).
Het SS regiment ging voor operatie Fall Weiss deel uitmaken van het XIII. Armeekorps (Johannes Blaskowitz), dat ingedeeld was bij het 8. Armee in Heeresgruppe Süd. De LSSAH was de enige volledig gemotoriseerde eenheid binnen dit korps, dat verder bestond uit vier infanteriedivisies. Op 27 september viel Warschau en begin oktober was de Poolse veldtocht beëindigd. Het regiment LSSAH telde 400 doden en gewonden en werd kort als veiligheidsmacht gestationeerd in Praag. In de maanden daarna volgde met het oog op toekomstige offensieven in het westen inkwartiering in de buurt van Koblenz.
Hier ontving de Leibstandarte de nodige vervangingen en versterkingen. Bovendien werd er intensief getraind. Haar originele rol als veiligheidsmacht werd ondanks de ontwikkeling van de eenheid niet verwaarloosd. Elementen van de LSSAH bleven in Berlijn en op de Obersalzberg actief. De eenheid werd uitgebreid met een vierde infanteriebataljon, een compagnie zwaar geschut en een artilleriebataljon. Heinrich Himmler kreeg na afloop van de Poolse campagne ook toestemming voor uitbreiding van de SS-VT, intussen omgedoopt tot Waffen-SS. Hij kreeg groen licht voor de oprichting van drie SS-velddivisies. De Leibstandarte was hierbij voorbestemd als zelfstandige divisie, in tegenstelling tot de overige SS-regimenten, die samengevoegd zouden worden.
Het versterkte regiment van Josef Dietrich werd na aanpassing van de aanvalsplannen van Fall Gelb toegewezen aan Heeresgruppe B. Samen met de 227. Infanteriedivision vormde de LSSAH de zogenaamde Schnelle gruppe Nord voor de geplande invasie van Nederland.

1940
Om 5:30 in de ochtend van 10 mei 1940 stak de Leibstandarte de grens over bij de Poppe (Twente). De motorfietstroepen van Dietrich wisten door de goede staat van de Nederlandse wegen en het ontbreken van serieuze tegenstand van de verdedigende grensbataljons snel op te rukken.
’s Avonds werd de LSSAH overgeplaatst naar de 9. Panzerdivision, die zuidelijker op weg was naar Rotterdam. In de vroege ochtend van 14 mei werd de Moerdijkbrug bereikt en door de mannen van Dietrich gepasseerd. Het doel van de opmars was het ontzetten van de parachutisten in Rotterdam. Nederlandse troepen hadden zich verschanst rond de bruggen in de stad. Het verzet doorkruiste de Duitse aanvalsschema’s. Een verkenningseenheid van de Leibstandarte racete door brandend Rotterdam in de richting van Den Haag.
In het centrum stuitte de Aufklärungsabteilung (verkenningseenheid) op geïsoleerd Nederlands verzet.
In een chaotisch vuurgevecht verwondde men Generalleutnant Kurt Student, de bevelhebber van de parachutisten die onderhandelde over de Nederlandse overgave. Het ultimatum tot overgave werd door de Nederlanders geaccepteerd, maar voorkwam niet de verwoestende luchtaanval in de middag van 14 mei. Met de capitulatie was de rechterflank van Fall Gelb veilig gesteld.
Het regiment van Hitler had in enkele dagen 3500 Nederlandse militairen krijgsgevangen genomen. De Leibstandarte kreeg de opdracht om een demonstratieve tour te maken door het veroverde Nederland om indruk te maken op de bevolking. Vervolgens werd het regiment naar Frankrijk gedirigeerd.
Het offensief in Frankrijk was al gevorderd. Op 24 mei voegde de LSSAH zich bij het front van Heinz Guderian rond Duinkerken. De SS-troepen namen posities in langs het Aa-kanaal aan de zuidoostkant van de pocket rond de havenstad aan het kanaal.
In tegenspraak met het bevel van Hitler om niet op te rukken naar Duinkerken, stuurde Josef Dietrich zijn mannen toch het kanaal over om een strategische heuveltop bij Watten in te nemen. De vijand keek er volgens de commandant namelijk ‘recht in de strotten van zijn mannen’. Het III. Bataillon ontmoette stevige geallieerde tegenstand, maar slaagde in zijn missie.
Pas vanaf de 27e werd de aanval richting Duinkerken ingezet. De Leibstandarte werd ondergebracht bij de 20. Infanteriedivision en kreeg de opdracht met het regiment Grossdeutschland de weg tussen Wormhoudt en Berques in te nemen.
De volgende dag slaagden de SS-bataljons erin Wormhoudt in te nemen. De Britse strijdkrachten voerden een achterhoedegevecht tijdens hun evacuatie vanuit Duinkerken.
Op de 28e bleek echter dat er nog haarden van verzet waren in de frontsector van de Leibstandarte. Dit werd Dietrich bijna fataal.
Zijn voertuig werd beschoten, vatte vlam en belandde in een greppel. De General der Waffen-SS en zijn chauffeur moesten dekking zoeken in een tunneltje en zich insmeren met modder om te ontkomen aan de vlammen en geallieerde machinegeweervuur.
De flamboyante commandant gold enkele uren als vermist.
Op 5 juni begon het SS-regiment met een opmars zuidwaarts. Het kwam nog slechts enkele malen in gevecht met Franse troepen. Geïsoleerde haarden van verzet werden uitgeschakeld en de snelle motorfietseenheid stelde bruggen veilig. Toen op 25 juni de wapenstilstand beklonken werd, had de Leibstandarte net Saint-Etienne ingenomen.

1941
De LSSAH werd gestationeerd in Metz voor herstel, versterking en training. Tijdens de rustperiode in Noord-Frankrijk kende het regiment een verdere expansie. In augustus gaf Hitler het bevel zijn lijfwachteenheid uit te breiden tot een ‘versterkte brigade’. Toch bleef zij in naam een regiment. Begin 1941 was de herstructurering en uitbreiding voltooid. Het Infanterie-Regiment Leibstandarte SS Adolf Hitler (mot.) beschikte nu over vijf infanteriebataljons, waarvan er één gestationeerd was in Berlijn.
De bataljons werden vergroot en versterkt met zwaarder (antitank- en veld-) geschut en de verkenningsafdeling kreeg twee motorfietscompagnieën, een pantservoertuigcompagnie en een zware compagnie. Het artilleriebataljon werd uitgebreid tot regimentssterkte en de genie tot bataljonssterkte. Begin maart werd het regiment overgeplaatst naar Bulgarije voor inzet op de Balkan.

Hitler achtte ingrijpen in de Balkan noodzakelijk, nadat het offensief van Mussolini op de Balkan rampzalig verliep, er onrust uitbrak in Joegoslavië en dat land uit het Duitse kamp dreigde te verdwijnen. Bovendien mengden de geallieerden zich in de strijd door Griekenland te hulp te schieten. Hitler wenste met behulp van operatie Marita de regio veilig te stellen vóór de lancering van een invasie van de Sovjet-Unie. De LSSAH voegde zich hiervoor bij het XXXX. Armeekorps van het 12. Armee.
Het korps zette op 6 april de aanval in en stak het de Joegoslavische grens over. In de middag van 7 juni werd Skopje bereikt door de SS-motorrijders, waar contact gemaakt werd met de Italianen. Vervolgens ging de rest van de Leibstandarte de grens over.
Vanaf de 9e vormde het de speerpunt van het korps.
Tiger Leibstandarte De Leibstandarte had de taak de Klidi pas te openen voor de rest van het Duitse leger. De strategisch gelegen pas was de toegangspoort tot Griekenland en tevens een Brits steunpunt. SS-Sturmbannführer Fritz Witt leidde een Kampfgruppe die bestond uit het eerste infanteriebataljon versterkt met een antitank-eenheid, een groep lichte veldhowitzers, twee pelotons infanteriegeschut, een batterij 88 mm artillerie en een compagnie genie. De taak was zwaar: het terrein was onherbergzaam en goed te verdedigen, bruggen waren opgeblazen en de aanvallende troepen hadden bovendien te maken met mijnenvelden, luchtaanvallen en barre weersomstandigheden.
Hand-tot-hand werd er gevochten tegen Britse, Australische en Nieuw-Zeelandse eenheden. De slag bij Vevi duurde drie dagen en kostte 37 officieren en soldaten het leven en verwondde 95 anderen. De leden van deze eenheid van de Leibstandarte werden rijkelijk gedecoreerd voor de uiterst succesvol verlopen missie. De buit bestond uit 520 gevangenen en een aanzienlijke hoeveelheid vernietigd of veroverd zwaar materieel. Op 12 april werd de Klidipas veroverd en geopend voor tanks.
Het bleek dat het SS-regiment uitstekend presteerde in moeilijke situaties als deze, waarin behoefte was aan specifieke commando-operaties. Een dergelijke actie voerde ook SS-Sturmbannführer Kurt Meyer uit met zijn LSSAH-verkenningsafdeling. Hij leidde zijn troepen door de Klissurapas naar het meer van Kastoria. De actie onder leiding van Meyer was tekenend voor de moed, doodsverachting en standvastigheid van de eerste divisie van de Waffen-SS.

De Griekse en Britse legers waren vanaf dat moment in terugtocht en werden achtervolgd door de Leibstandarte. Het regiment werd naar het zuidwesten gestuurd om daar de Grieken af te snijden. Er werd nog eens een pas veroverd (de Mesovanpas) en de Griekse strijdkrachten ten westen van het Pindusgebergte werden geïsoleerd. In een gevechtspauze rond Katara kwamen Griekse stafofficieren op 20 april een verbouwereerde LSSAH-pelotonscommandant informeren dat het Griekse leger in Epirus, bestaande uit 16 divisies, zich wenste over te geven.
Een dag later startten het Britse leger en de Commonwealth strijdkrachten de evacuatie uit Griekenland. Daarbij werden ze op de hielen gezeten door de verkenningstroepen van de LSSAH. Met alles dat kon drijven zette Meyer de eenheid over het kanaal van Korinthe naar de Peloponnesos. Net als een jaar eerder moesten de Britten gehaast over zee evacueren en waren zij gedwongen veel materieel achter te laten. De Balkancampagne eindigde met een overwinningsparade in Athene. Tijdens de daarop volgende inkwartiering in Tsjecho-Slowakije werd de Leibstandarte benoemd tot SS Division ‘Leibstandarte SS Adolf Hitler’. Een nieuw gemotoriseerd infanteriebataljon en luchtafweergeschutbatterijen werden toegevoegd. Aan de vooravond van operatie Barbarossa telde de divisie ongeveer 11.000 manschappen.
De kersverse divisie was voor de aanval op de Sovjet-Unie toegewezen aan Heeresgruppe Süd en ondergeschikt aan Panzergruppe 1. Dit pantserleger was de voornaamste mobiele aanvalsmacht van de legergroep. De LSSAH moest een week wachten op actie in de Oekraïne. Pas op 30 juni viel ook de eerste SS-divisie de zuidelijke Sovjetrepubliek binnen. De vertraging werd veroorzaakt door het uitgebreide herstelprogramma na de Balkancampagne.

Tot zover vast deze tekst.
Later meer....